Weer terug

Als ik het kantoor binnenstap, heb ik wel een blij gevoel. Het is de eerste werkdag na de vakantie. Ik word enthousiast begroet door mijn collega’s. Al op de gang beginnen de gesprekken over de vakantie.
Mooi weer gehad? Waar ben je geweest? Gekampeerd? Een huisje? Lekker gesurfd? Lekker gegeten? Lekker uitgerust? Lekker?
Ik hoor dat het op kantoor rustig is geweest. Lekker achterstallig werk afgerond.
Na een half uurtje zit ik eindelijk achter mijn beeldscherm. Kop thee erbij en eerste mails checken. Al snel weer uitgebreid in gesprek met kamergenoten over de vakantie. Nu vooral ook over de vakantie-ervaringen van de collega’s. Veel lekker.
Weer een paar mails doornemen. Eerst nog maar eens een rondje door het bedrijf. Hoe was de vakantie?
Later de ochtend gelukkig een afspraak.
Weer een paar mails. Moeilijke vragen parkeren. Even naar buiten.
’s Middags weer veel mails. Helaas geen afspraken. Om een uur of drie kan ik niet meer. Vroeg naar huis. In de trein val ik in slaap. Thuis uitgeput op de tuinstoel met een zak chips. Bah, werk.
Duikje in het kanaal? Duikje in het kanaal. Heerlijk, net vakantie.
Morgen gaat het beter.