Mijnbouw

Kinderen helpen om te worden wie ze zijn en te doen wat hun hart hun ingeeft. Dat is de essentie van opvoeding. Samen zoeken naar de juiste vervolgopleiding is daarbij een belangrijke activiteit. Met mijn oudste drie kinderen heb ik de afgelopen jaren heel wat open dagen bezocht. Nu is mijn jongste zoon aan de beurt. Hij zit in vijfde en heeft geen idee wat hij zou willen worden of doen. Tot gisteren. Hij weet nu zeker dat het iets met de aarde wordt en misschien wel mijnbouw.
Zijn interesse in de aarde was al langer duidelijk. Daarom bezochten we vorige week de Future Planet Studies aan de UvA. De eerste vraag die ze hem daar stelden was of hij al iets deed aan klimaatverandering. Verkeerde vraag. Natuurlijk is hij zich bewust van het klimaat, maar dat dit naar zijn een idee een toelatingseis zou zijn voor een studie dat ging hem te ver. Bovendien is Future Planet Studies, zoals veel opleidingen tegenwoordig, een verzameling van allerlei disciplines. Dat begrijpt een vijfdeklasser nog niet zo goed. Die wil gewoon biologie of geologie studeren, net als op het VWO. Geen UvA dus.
Gisteren hebben we de open dag Applied Earth Sciences bezocht bij de TU Delft. Daar viel het kwartje. Zoonlief mopperde wat over het grote aantal nerds, maar de studie en met name mijnbouw leek hem echt interessant. Ik vond het ook een grote eyeopener. Je denkt dat het mijnen door de klimaatverandering wel wat passé is. We gaan immers niet meer naar nieuwe olie en gas boren? Maar je wilt niet weten hoeveel grondstoffen er nodig zijn voor duurzame energieopwekking. Voor een windmolen is al 2 ton aluminium en 4 ton koper nodig. Slim, schoon en zuinig mijnen is daarom de toekomst. Wellicht gaat mijn zoon daar een bijdrage aan leveren. Maar misschien gaat hij ook wel heel wat anders doen. Nog genoeg open dagen te bezoeken.

Superman

Ik was vanmorgen niet de enige die al vroeg op pad was om van de prachtige zomerdag te genieten. Tijdens mijn wandeling langs het kanaal zag ik ruiters, hardlopers, veel zestigplussers op elektrische fietsen en heel veel wielrenners in strakke, glimmende pakjes.
Aan de picknicktafel bij de zwembrug zag ik een vader en zoon zitten. De zoon was een jaar of acht en lepelde een danoontje leeg. De vader schonk zichzelf koffie in uit een thermosfles. Ze hadden allebei een felblauw shirt aan. “Dat vaders hun kinderen nu ook al in die uitsloverige fietspakjes hijsen”, dacht ik vooroordelerig. Maar toen ik goed keek, zag ik dat ze allebei een supermanshirt aan hadden. Zo’n blauw shirt met een roodgele driehoek op de voorkant met daarin de letter S. Wow, dat was nog eens wat anders dan een wielrenpak. Gewoon vader en zoon, die samen de held speelden. Ik vond het vertederend en stoer tegelijkertijd.
Dat had ik dus vroeger moeten doen om een stoer rolmodel te zijn voor mijn zoon. Allebei een supermanshirt aan en samen fietsen. Zou het nog kunnen met een zoon die vandaag zijn zesentwintigste verjaardag viert? Gefeliciteerd lieve Tim.

Fruity Loops

Nu heet het FL Studio, maar vroeger heette het Fruity Loops. Wat een heerlijke naam voor een softwareprogramma om dance hits mee te maken. Met zo’n naam gaat het vanzelf swingen. Al is swingen natuurlijk een wat ouderwets begrip voor Electronic Dance Music.
Ik zag een keer in een video hoe Martin Garrix een liedje maakte met Fruity Loops. Heel bijzonder. Hij tekende de muziek met een muis op het beeldscherm.
Ik zou het ook graag kunnen, maar krijg het programma niet onder de knie. Ik ben te veel gewend aan een keyboard om tonen en akkoorden mee te maken.
Mijn zoon is er behoorlijk goed in. Hij snapt intuïtief hoe Fruity Loops werkt en componeert regelmatig een electronisch liedje. Tja, een generatieverschil. Gelukkig speelt hij ook nog regelmatig Rachmaninov op de piano (schrijf ik dat nu echt?). Dat studeert hij in met behulp van YouTube. Tja, een generatieverschil. Mooi is het allemaal wel.