MacBook

Ik kan niet anders dan toegeven: een MacBook is een hele mooie en handige computer.
Jarenlang heb ik een grote aversie gehad tegen MacBooks. Eigenlijk tegen alle Apple-producten. Dit heeft te maken met de hoge prijzen die Apple vraagt, maar ook met het fanatisme waarmee de Apple-adepten over hun gadgets praten. Heilige vereering van alles wat uit Cupertino komt. Ik kan daar slecht tegen.
Tegelijkertijd zie ik op YouTube elke zichzelf respecterende muzikant Apple-apparaten gebruiken voor opnames en live optredens. Voor sommige Apple-muzieksoftware is zelfs geen Windows-alternatief. Ik zou het toch eens moeten proberen, zo’n MacBook.
Ik wist dat mijn zoon nog een oude, kapotte MacBook had op zolder. Bij elkaar gehouden door plakband, maar alles werkte nog. Het eigen maken van de gebruikersinterface en tools kostte mij een dag, maar ik ben helemaal om. Wat een gemak!
Binnenkort mijn eerste YouTube-optreden met de MacBook.

Instant

Als liefhebber van creatieve expressie geloof ik heel erg in onmiddellijk doen. Niet eindeloos nadenken voordat je het eerste woord intypt, de eerste toon aanslaat of de eerste lijn tekent. En ook niet eindeloos schaven als de expressie klaar is. Gewoon aan de slag. Instant.
Terwijl het woord instant in mijn hoofd opkomt, denk ik opeens aan de Instant Composers Pool (ICP), het jazz improvisatiegezelschap uit de jaren zestig wat nog steeds bestaat. Toen ik in Amsterdam studeerde, was ik een groot fan. In het Bimhuis deed ik wekelijks hard mee met de geïmproviseerde muziek.
Ik had nooit echt bij de naam stil gestaan, maar realiseer me nu dat instant natuurlijk slaat op de onmiddellijke compositie. Gewoon nu spelen wat er nu opkomt. Heerlijk. Vooral voor de musici. Voor de toehoorders is het niet altijd even makkelijk te volgen. Maar creatieve expressie gaat natuurlijk ook primair om de expressie en niet persé om het behagen van het publiek.

Ballad

Er is een nieuwe Miles Davis film op komst. Ik verheug me er op. Ik ben een groot fan van Miles Davis. Van zijn muziek, maar ook van zijn kunst. Zijn autobiografie heb ik indertijd versleten. Daaruit bleek overigens, dat Miles Davis niet zo’n aardige man was. Ik heb denk ik nog nooit zo vaak het woord mother fucker gelezen. Iedereen was een mother fucker volgens Miles.
Miles Davis was een groot kunstenaar, maar vooral ook een groot vernieuwer. Hij vond zichzelf steeds opnieuw uit.
Ik heb gehoord dat er in de film een fragment zit, waarin Miles aan Keith Jarrett vertelt dat hij geen ballads meer speelt. Jarrett is stomverbaasd. Geen ballads? En dit zegt de man die de grootste ballads op zijn naam heeft staan? Miles antwoord dat hij geen ballads meer speelt, omdat hij ze zo mooi en fijn vindt om te spelen….
Doe niet wat je altijd al doet, ga van de gebaande paden af en de echte vernieuwing en creativiteit komt tot wasdom.
Wat een held die Miles.

Optreden

Een bandoptreden voelt soms net als een klantbezoek. Je bereidt je goed voor en hebt de agenda (setlijst) paraat, je bent op tijd aanwezig, je denkt na over je kleding om de juiste indruk te maken, je doet je best om aan de verwachtingen van de gastheer te voldoen. Toch is er een groot verschil met werken, tenminste met mijn werk: je maakt namelijk iedereen blij en vrolijk. Jijzelf, de gastheer en zijn gasten.
Dit weekend heeft de Fabulous Park BraBand opgetreden in Roemar. Al de aspecten die ik hier aan het begin schrijf waren van toepassing. We kregen zelfs ruzie met de buurman, omdat we de auto’s net iets te lang op zijn oprit hadden geparkeerd tijdens het uitladen van de instrumenten. We begonnen dan ook niet echt ontspannen. Toen we echter twee nummers gespeeld hadden, viel alle druk en drukte van ons af. Er verschenen glimlachen op de gezichten van de gasten, mensen gingen meebewegen op het ritme van de muziek en ze pakten aan het eind enthousiast onze visitekaartjes. Dat gebeurt tijdens een klantbezoek toch minder snel. Optreden is misschien soms net werk, maar het is wel heel leuk werk.

Default network

Als het over inspiratie en creativiteit gaat, spits ik mijn ogen en oren.
In het AD omschrijft Henny Vrienten hoe hij een liedje maakt. Hij zoekt rust en concentratie, “zet het raam open, wacht op wat er voorbijvliegt en pakt dan het goeie.” Wat er precies in zijn hersenen gebeurt, daar heeft hij geen idee van.
Gelukkig heeft Erik Scherder de verklaring. “Henny komt terecht in het default mode network. Je bent daarbij nergens specifiek mee bezig en niet gericht op gebeurtenissen om je heen. Dat is hét moment voor creativiteit. Je moet daarbij wel flexibel zijn. Creativiteit is het continue wegremmen van mindere ideeën en ontremmen van een beter idee.”
Daarnaast speelt ook het proces van propinquity. “Je denkt na over iets, struint door eerder in je hersenen opgeslagen flarden, maar pakt dan nieuwe, aangrenzende ideeën. Ook hier weer is het van belang dat je heel flexibel bent en niet stug vasthoudt aan oude ideeën.”
Ontspanning, nergens aan denken en flexibiliteit, daar gaat het dus om. Ik denk dat daarom tijdens een wandeling de mooiste ideeën ontstaan